Inne

Inne logo

herinneren - beleven - beminnen

Mythen en verhalen

Inanna

De afdaling van Inanna is het oudst bekende opgeschreven verhaal over de afdaling, oorsprong Soemerisch. Het geeft symbolisch weer hoe transformatie plaatsvindt via het organiseren van hulp, het afdalen in het onbewuste, overgave (naakt en gebogen is de houding van de foetus, maar ook de houding waarin mensen begraven werden 5000 jaar geleden in Soemerie), het afleggen van alle sluiers (7 poorten, 7 inwijdingen, 7 chakras, 7 energielichamen) en het verteren tot op het bot (op de staak gespiest). Ook laat het verhaal zien hoe mee treuren en medeleven het boze transformeert.
Inanna, Godin van Hemel en Aarde, besluit de onderwereld in te gaan: zij 'bracht haar hart van de hoogste hemel naar de diepste diepten der aarde', 'verliet hemel, verliet aarde, en naar de Onderwereld daalde zij af' (staat er op de 5000 jaar oude kleitabletten). Als voorzorgsmaatregel geeft ze Ninshubur, haar vrouwelijke vertrouwenspersoon, de opdracht om de hulp van de vadergoden in te roepen om haar te redden als ze niet binnen drie dagen terug is.

Bij de eerste poort naar de Onderwereld wordt Inanna tegengehouden en moet ze vertellen wat ze wil. De poortwachter brengt Ereshkigal, koningin van de Grote Diepte, ervan op de hoogte dat Inanna, 'koningin van de Hemel, van het oord waar de zon opgaat', toegang vraagt tot het 'land waarvan geen terugkeer mogelijk is' om de begrafenis bij te wonen van Gugalanna, Ereshkigals echtgenoot. Ereshkigal is woedend. Ze staat erop dat de koningin van de Bovenwereld wordt behandeld naar de wetten en de regels die gelden voor ieder die haar koninkrijk binnenkomt, namelijk dat ze 'naakt en gebogen' komt.

De poortwacht volgt haar instructies op. Bij elk van de zeven poorten wordt een van Inanna's koninklijke gewaden verwijderd. 'Kruipend en tot op de huid uitgekleed, zoals de doden destijds in hun graf werden gelegd, zit Inanna nu voor de zeven rechters om berecht te worden. Ereshkigal doodt haar. Haar lichaam wordt aan een pin geprikt waar het vergaat tot een rottende, groene klomp vlees. Als Inanna na drie dagen niet terug is, volgt haar bediende, Ninshubur, haar instructies op en begint mensen en goden op te roepen met rouwgetrommel en jammerklachten.

Ninshubur gaat naar Enlil, de oppergod van hemel en aarde, en naar Nanna, de maangod en Inanna's vader. Geen van beiden wil zich bemoeien met de veeleisende methoden van de Onderwereld. Tenslotte geeft Enki, de god van de wateren en de wijsheid, gehoor aan Ninshuburs pleidooi om Inanna te redden. Uit de rouwrandjes onder zijn nagels schept Enki twee klagers, die onopvalend de onderwereld insluipen. Ze hebben het voedsel en het water des levens bij zich dat Enki hun heeft gegeven. Ze redden Inanna door mee te klagen met Ereshkigal, die inmiddels ligt te kreunen, van verdriet of van de weeën van haar eigen geboorte. Ze is zo dankbaar voor het meeleven, dat ze uiteindelijk Inanna's lijk overhandigt. Als Inanna weer tot leven is gewekt wordt haar verteld dat ze wel een plaatsvervanger moet sturen. Om die zondebok te grijpen gaan er demonen met haar mee op haar terugtocht door de zeven poorten waarbij ze haar kledingstukken weer terugvordert.
Het laatste deel van de mythe gaat over de speurtocht naar haar plaatsvervanger. Wie om haar heeft gerouwd, loopt geen gevaar gekozen te worden. Tenslotte komt ze bij haar gemaal Dumuzi (later Tammuz genoemd), die genietend op zijn troon zit. Inanna werpt dezelfde doodsblik op hem die Ereshkigal op haar had geworpen, en de demonen grijpen hem. Dumuzi ontsnapt met hulp van Utu, de zonnegod en Inanna's broer. Utu verandert hem in een slang en laat hem ontsnappen.

In een ander gedicht droomt Dumuzi van zijn val. Hij gaat naar zijn zus, Gesthinanna, die hem helpt met de uitleg van zijn droom en die er bij hem op aandringt te vluchten. Als dat nutteloos blijkt, verstopt ze hem en ze biedt tenslotte aan zijn plaats in te nemen. Inanna besluit dat ze dat lot moeten delen en dat ze om de beurt steeds een half jaar in de Onderwereld moeten doorbrengen. Het laatste gedicht eindigt met de woorden:

Inanna gaf Dumuzi over aan de eeuwige
Heilige Ereshkigal! Heerlijk is het U te eren!
Deze tekst heb ik vrijwel zonder veranderingen overgenomen uit:
Sylvia Brinton Perera, Op zoek naar de Godin (1981)
Uitgeverij Kosmos Utrecht/Antwerpen
Vertaling Tjitske Wijngaard (1989)

Perera verklaart hierin de betekenis van 'De afdaling van Inanna'
Het boek is helaas niet meer via de uitgever verkrijgbaar.

Ariadne

De geschiedenis van Ariadne (Grieks) laat zien hoe patroonmatige herhaling van onwaarheden tot een monsterlijke, problematische toestand leidt. Stieren symboliseren onder andere de dualiteit van het aardse leven. Onwaarheden zijn dingen die voor jou niet kloppen, ze stemmen niet overeen met wie jij in werkelijkheid bent. Je raakt innerlijk gespleten (half mens half stier). De mythe laat precies zien hoe het proces verloopt: van het ontstaan van het probleem tot en met de oplossing ervan. In wezen vertelt dit verhaal symbolisch tot in detail hoe er gewerkt wordt bij Gevoelstherapie.
De linosnede Ariadnes ontwikkeling van Jeanne Lendfers verbeeldt de drie fasen in de geschiedenis: Zeus (de rode stier) en Europa, Pasciphaë en de witte stier, de Minotaurus.
Zeus, de oppergod van de Grieken, heeft een mooi meisje gezien. Ze heet Europa. Hij bedenkt een plan om haar te verleiden met hem mee te gaan. Hij verandert zichzelf in een mooie, zachtmoedige stier. De stier staat zo rustig en vriendelijk dat ze op zijn rug durft te gaan zitten. Als ze eenmaal zit begint hij zo hard te rennen dat ze er niet meer vanaf kan. Hij rent naar de zee en begint te zwemmen. Hij neemt Europa helemaal mee naar het eiland Kreta. Ze kan daar niet meer weg. Op Kreta verandert hij in een aantrekkelijke jonge man. Ze krijgen een zoon: Minos. Als Minos volwassen is wordt hij de koning van Kreta.

Minos wil een offer brengen aan de zeegod Poseidon. Hij weet zich geen raad ermee, wat zal goed genoeg zijn om deze grote god te schenken. Minos vraagt hulp aan Poseidon. Poseidon stuurt hem dan een prachtig witte stier. Minos houdt het dier echter stiekem voor zichzelf en schenkt Poseidon een minder volmaakte stier.
Als Poseidon dit merkt neemt hij wraak. Hij maakt de vrouw van Minos, Pasciphaë, verliefd op de witte stier. Pasciphaë wordt gek van deze onmogelijke liefde. Ze laat de uitvinder Daedalos een houten koe bouwen. Ze kruipt daar in en laat zich bevruchten door de witte stier. De zoon die hieruit geboren wordt is de Minotaurus, half man half stier.

De Minotaurus blijkt een monster. Hij kan niet gedood worden, want hij is een koningskind. Minos laat de uitvinder Daedalos daarom een labyrint bouwen dat zo ingewikkeld is dat iedereen die daarin komt de uitgang niet meer zal vinden. De Minotaurus wordt erin opgesloten. Om het monster te voeden worden er jaarlijks zeven maagden en zeven jongelingen uit Athene gehaald. Als Athene weigert dreigt Kreta Athene te vernietigen. Athene moet wel gehoor geven aan de eis.

Op een dag ligt er weer een schip voor de kust bij Athene om de zeven maagden en zeven jongelingen op te eisen. Theseus, de zoon van de koning van Athene, besluit mee te gaan. Zijn plan is een einde te maken aan het steeds maar weer terugkerende leed en de Minotaurus te doden.

Ariadne, de dochter van koning Minos en Pasciphaë, halfzus van de Minotaurus, houdt veel van haar broer de Minotaurus. Maar ze lijdt ook omdat hij elk jaar weer zoveel jong leven opeist. Als ze Theseus ziet wordt ze verliefd. Ze beseft wat hij komt doen. Hoewel ze te doen heeft met haar halfbroer de Minotaurus, weet ze ook dat er geen andere oplossing is. Ze besluit daarom Theseus te helpen. Vlak voor hij de doolhof ingaat drukt ze hem een kluwen in de handen en raad hem aan die bij de ingang vast te maken en af te rollen bij elke stap die hij in de doolhof zet. Theseus gaat dapper met zwaard en kluwen de doolhof in. Hij loopt tot hij oog in oog staat met de Minotaurus. Theseus trekt zijn zwaard en doodt daarmee de Minotaurus. Dankzij de draad van Ariadne komen Theseus, de maagden en jongelingen uit de doolhof. Ariadne vraagt Theseus haar mee te nemen. Dat doet hij, maar op het eiland waar ze overnachten laat hij haar achter.

Ik heb verschillende versies gelezen over waarom hij haar achterlaat. Feit is dat Bacchus, de god van de extase, zich over haar ontfermt. Ariadne draagt op haar huwelijk met Bacchus een kroon die Bacchus speciaal voor haar heeft laten maken. We kunnen die kroon nog steeds zien: het sterrenbeeld Corona Borealis of de Noorderkroon.